Lange tijd waren wij als directie, maar ook onze medische staf, ervan overtuigd dat Abdelhak de best mogelijke zorg kreeg op het veld. Als daar dan door toonaangevende cardiologen, na grondige bestudering van de omstandigheden, anders tegenaan wordt gekeken, komt dat hard aan. Ook al hebben wij zelf op deze third opinion aangedrongen.'
De cardiologen Douwe Atsma en Martin Schalij deden die third opinion voor Ajax en kwamen tot een duidelijk oordeel. Van der Sar: 'De bevindingen van de cardiologen over de handelingen op het veld zijn helder:
1. Men was onvoldoende gericht op het meten van de hartslag, de circulatie en een eventuele reanimatie, en had lange tijd focus op het vrijmaken van de ademweg van Abdelhak.
2. De aanwezige defibrillator had eerder ingezet moeten worden om zodoende een beter beeld van de situatie te krijgen.
3. De behandelaars hadden, na het vrijmaken van de ademweg een moment van reflectie moeten inlassen omdat de situatie niet verbeterde.'
'De cardiologen vonden het verder niet aannemelijk dat na het ineenzakken van Abdelhak daadwerkelijk nog enige tijd sprake was van een effectieve bloedcirculatie. Als de defibrillator wel was ingezet was dit gebleken en had men toen al met de reanimatie kunnen beginnen.
Als dat gedaan was, was Abdelhak er mogelijk beter uitgekomen. Dat laatste is geen zekerheid, maar het is wel mogelijk.'