Artikel 12.3 Tijdstip en voorbereiding mondelinge vragenuur
1. Het mondelinge vragenuur vindt plaats op dinsdag aan het begin van de vergadering. De ministers worden verzocht steeds beschikbaar te zijn op dit tijdstip, tenzij zij verplichtingen hebben die naar het oordeel van de Voorzitter moeten voorgaan.
2. Ieder lid kan ten hoogste één onderwerp aanmelden waarover hij tijdens het vragenuur vragen wil stellen. Het lid kan dit onderwerp schriftelijk aanmelden bij de Voorzitter vanaf de sluiting van de laatste vergadering in de voorafgaande week tot uiterlijk 11.00 uur op de dinsdag van het vragenuur. Indien in de voorafgaande week na donderdag 12.00 uur geen vergadering plaatsvindt, kan het lid zijn onderwerp vanaf dat tijdstip aanmelden.
3. De Voorzitter beslist zo spoedig mogelijk over welke van de aangemelde onderwerpen in het vragenuur vragen worden gesteld, en maakt deze onderwerpen openbaar.
4. De Voorzitter nodigt de betrokken ministers uit voor het vragenuur, onder vermelding van de uitgekozen onderwerpen.
5. De Kamer kan in een bijzonder geval besluiten het vragenuur te laten plaatsvinden op een ander tijdstip dan dat bedoeld in het eerste lid. De Voorzitter bepaalt dan tot wanneer de leden hun onderwerpen bij hem kunnen aanmelden.
Artikel 12.4 Verloop mondelinge vragenuur
1. De Voorzitter bepaalt de volgorde waarin de onderwerpen tijdens het mondelinge vragenuur aan de orde worden gesteld.
2. Bij elk onderwerp wordt het lid dat het onderwerp heeft aangemeld, de vragensteller, gedurende in totaal vier minuten een of meerdere keren het woord verleend om aan de minister vragen te stellen, en wordt aan de minister een of meerdere keren het woord verleend om de vragen beknopt te beantwoorden.
3. Vervolgens kan de Voorzitter aan de leden het woord verlenen om aan de minister vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Daarbij wordt het woord voor ten hoogste een halve minuut per vraag verleend. De minister wordt het woord verleend om de vragen beknopt te beantwoorden.
4. Tijdens het vragenuur kunnen de leden van een fractie gezamenlijk ten hoogste twee vragen als bedoeld in het derde lid stellen, en de leden van een groep gezamenlijk ten hoogste één dergelijke vraag.
5. Indien een onderwerp aan het einde van het vragenuur nog niet aan de orde is gekomen, kan de Voorzitter besluiten dat dit komt te vervallen.
Artikel 12.5 Beperkingen tijdens mondelinge vragenuur Tijdens het mondelinge vragenuur:
a. zijn interrupties niet toegestaan;
b. is het indienen van moties niet toegestaan; en
c. zijn de artikelen 8.10, derde lid, en 8.12 niet van toepassing.