Verhaaltje voor in het kampvuur
Ik woon in een arbeiderswijk. Lokaal bekent als de speklappenbuurt. Ik heb een koopwoning in een blok met sociale huurwoningen. Deze huurwoningen zijn toegewezen aan nieuwe Nederlanders. Op de hoek woont een christelijk Syrisch vluchtelingengezin. De man werkt in de systeembouw en ik hoorde dat ze onwijs blij met hem waren. Op een dag komt de man in paniek naar mij toe: “Boerman, boerman die nieuwe boeren. Daar ben ik out Syrie voor gevloecht”. Ik probeerde hem gerust te stellen: “Joa mien jong zo giet dat in Nederland”. Moar gin ruzie maak’n. Loat ik d’r neit van heur’n”. Tussen ons in is een gezin uit Jemen gekomen. Aardig man. Hij spreekt geen Nederlands, wel Engels. Hij vond het zo fijn dat iedereen zo vrij was zei hij tegen mij. Expliciet de vrouwen. Dat geldt dan kennelijk niet voor zijn eigen vrouw, want zij komt niet zonder hem naar buiten en dan nog in zijn geheel ingepakt. Het zal haar eigen keuze wel zijn? Hij is gestopt met Nederlandse les en kiest er dus voor hier te verblijven zonder een woord Nederlands te kunnen. Ik hoorde dat hij een uitstekende baan heeft als verkoper in de Arabische wereld. Dat verklaart de splinternieuwe Mercedes die bij mij voor de deur staat. Regelmatig komen er werknemers van de asielindustrie bij hem aan de deur om hem en zijn gezin te pamperen. Ja als je dan als jongere niet meer in aanmerking komt voor een huurwoning en je ziet dat terwijl je aan je lot over wordt gelaten dan snap ik best dat je op bepaalde politieke partijen stemt waarvan jij denkt dat die het beste met je voor hebben.
Mijn stamkroeg in een Ierse pub hier in het dorp. Lekker een halve stoet’n van een Guinness drinken. De Ierse eigenares is hertrouwd met een Islamitische Egyptenaar. Fijne vent. Hij is net zo veel Islamitisch als ik Christen. Een geweldige kok bovendien. Hij eet geen varkensvlees want niet halal. Maar dat geldt niet voor de Gran Marnier die hij in één teug achterover slaat. Alle Arabieren uit het dorp en de wijde omgeving komen langs als hij achter de bar staat. Het is één groot feest en we lachen er wat af met elkaar. Er valt geen onvertogen woord. We discussiëren er wat af met elkaar. Vooral over Nederland en hoe mooi het wij met elkaar, in ons dorp, in onze kroeg, het voor mekaar hebben. Inshallah! Ooh lekker straks weer schaap eten!